Labrador retriever

De Labrador retriever: onderschat hem niet

De Labrador retriever is al jaren één van de populairste rashonden. Wat heeft deze hond in aanleg bij zich?  De Labrador is gek op water en een allemansvriend. Maar hij is meer dan dat. Een stukje geschiedenis en uitleg over de Labrador.

Geschiedenis van de Labrador retriever

Newfoundland en Labrador is een provincie in Canada. Het bestaat uit het eiland Newfoundland en het schiereiland Labrador. De hoofdstad is St. John en zo werden dan ook de eerste plaatselijke honden genoemd: St. John’s hond.

Er bestonden twee typen honden: een grote langharige variant die later bekend werd onder de naam
Newfoundlander en een kleinere, kortharige variant die de voorloper was van de huidige Labrador
retriever.

Rond 1820 werden deze honden naar Engeland gehaald en daar gekruist met de plaatselijke jachthonden. De zwarte Labrador kwam het meeste voor en af en toe een gele. Pas jaren later kwamen er ook lever-/chocoladekleurige Labradors voor.

Gebruiksdoel

Labrador retrieverVan oorsprong werd de Labrador retriever in Canada gebruikt om vissers te helpen de netten binnen te halen. Het is dus niet zo verwonderlijk dat deze honden gek waren op water. Een eigenschap die de Labrador nog altijd heeft.

Maar ook qua uiterlijk is hij helemaal ingesteld op het waterwerk: zwemvliezen tussen de tenen, een waterafstotende vacht en een dikke otterstaart voor de betere zwemprestaties.

Toen de honden naar Engeland gehaald werden, bleek dat zij ook uitstekend geschikt waren om te assisteren bij de jacht (het ophalen van aangeschoten wild) vandaar de toevoeging ‘retriever’ (retrieve betekent terugkrijgen of terugvinden). De Labrador retriever was geboren.

Opkomst van het ras

De eerste Labrador retrievers waren voornamelijk zwart. Hier en daar kwamen wel andere (in het begin voornamelijk gele) exemplaren voor maar het duurde nog tientallen jaren voordat de eerste leverkleurigen geboren werden (chocolate genoemd).

Toen ook de Engelse koninklijke familie de Labrador retriever ging ontdekken, begon de opkomst van het ras pas echt. Er ontstond langzamerhand een tweesplitsing in honden die echt voor het werk gefokt werden en honden die meer voor de show geschikt waren. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd het ras pas populair in Nederland.

Volgens de gegevens van de Nederlandse Labrador Vereniging (NLV) waren er in 2011 naar schatting 40.000 geregistreerde Labrador retrievers maar het werkelijke aantal ligt vermoedelijk veel hoger. De NLV heeft 6500 leden is daarmee de grootste rasvereniging van Nederland. Mede op basis van deze gegevens kan gesteld worden dat de Labrador retriever de meest populaire hond in ons land is. Dat deze populariteit niet altijd een gunstige uitwerking heeft op een ras laat de geschiedenis wel zien.

Voorbeelden van rassen als de Duitse herdershond en de Dalmatische hond die door toedoen van tv-series en films verkeerde fokkers aantrekken zijn algemeen bekend. Goedbedoelde billboards van het KNGF met de tekst “adopteer een pup” en een levensgrote foto van een schattige Labradorpup kunnen ook een verkeerde uitwerking hebben. De Labrador retriever: onderschat hem niet!

Aanleg en karakter

Aanleg is een begaafdheid of talent wat genetisch bepaald is; het is een aangeboren eigenschap die door training wel versterkt kan worden maar nooit ontwikkeld (wat er niet in zit, komt er ook niet uit).
Zo kan aanleg ook minder tot uiting komen als er nooit op getraind wordt of als het zelfs bestraft wordt. Zo kan een kind dat nooit de bèta-genen van zijn vader kreeg tot op zekere hoogte leren rekenen, maar een rekenwonder wordt het nooit.

Een belangrijke aanleg in de Labrador is het ophalen en terugbrengen van voorwerpen; het apporteren. Dit is dus aangeboren. Wanneer de hond vanaf een week of 7 al voorwerpen oppakt en ze bij je brengt (eventueel na aanmoediging) zegt dat dus iets over de aanleg. Niets meer dan dat.

Karakter is een combinatie van verschillende innerlijke eigenschappen. Deze worden gevormd door aangeboren (nature) en aangeleerde (nurture) eigenschappen. Opvoeding speelt hierbij dus een belangrijke rol. Zo heeft elke rastypische Labrador de aanleg om te apporteren maar hebben ze allemaal een verschillend karakter.

Waterrat

De Labrador houdt van water. Dat komt door zijn oorsprong als vissershond maar ook vanwege zijn werk met de jager waarbij hij wild over water moet apporteren. Deze aanleg wordt door selectief fokken versterkt. Selectief fokken betekent dat alleen die dieren worden gebruikt die gek zijn op water; de rest wordt uitgesloten van de fok.

Naarmate er steeds meer op uiterlijk wordt gefokt en steeds minder op werkeigenschappen, is de kans op een Labrador die niet gek is op water steeds groter. Het fokken op uiterlijk heeft namelijk een direct verband met bepaalde aanleg. Bij de Golden retriever zien we dat hoe witter de vacht, hoe minder werkaanleg. Er zijn compleet witte Goldens die geen idee hebben wat apporteren is.

Uitgaande van de oorspronkelijke Labrador betekent dit dat hij heel goed kan zwemmen omdat hij is
uitgerust met zwemvliezen tussen de tenen en een dikke otterstaart voor de juiste balans. Daarbij komt dat zijn waterafstotende ondervacht zorgt dat hij zich sneller door het water kan bewegen.

Acitiviteitsniveau

Labrador retrieverDe oorspronkelijke Labrador is vooral buiten actief en binnen rustig. Dit zal mede de reden zijn dat hij zo populair is. Hij heeft een groot uithoudingsvermogen en kan dus gemakkelijk kilometers lopen, ook naast de fiets. Wanneer een Labrador in huis ook druk is, zou verondersteld kunnen worden dat dit niet met zijn aanleg te maken heeft maar meer met de opvoeding en wellicht het gebrek aan lichamelijke beweging of geestelijke afleiding.

Toch zien we de laatste jaren verandering optreden bij de zogenaamde showlijnen (Labradors die geselecteerd zijn op uiterlijk en niet op werkaanleg). Deze honden lijken in aanleg geen geduld meer te hebben en laten meer vocale stress (piepen, janken) zien. Zij kunnen dus ook binnenshuis als actief ervaren worden.

De Labrador is ongeschikt voor minder actieve en nette mensen. Hij heeft redelijk tot veel beweging
nodig en komt na elke wandeling, indien mogelijk, smerig thuis waarna de overige gezinsleden vrolijk
begroet worden met vieze modderpoten. Gelukkig is hij zo weer droog.

Allemansvriend

De populariteit heeft de Labrador zeker te danken aan het feit dat hij een allemansvriend is. Hij kan in de regel goed overweg met mens en dier, is vriendelijk, blijmoedig en vrolijk.

Dat is prettig als je een druk sociaal leven hebt en dus vaak (veel) mensen over de vloer hebt. Maar ook prettig in een gezin met kinderen waar veel aanloop is. Hij zal iedereen met groot enthousiasme ontvangen. Keerzijde hiervan is dat hij, zonder de juiste training, op elk persoon en iedere hond afloopt. Het opspringen tegen mensen is dan ook een veel gehoorde ongewenste gedragsuiting.

Ook zal hij niet tot nauwelijks waken. De Labrador zal eerder de inbreker de belangrijkste plaats in huis wijzen: de koelkast. Veel meer mag je van hem in dat opzicht niet verwachten.

Kindervriend

De Labrador wordt alom geprezen om zijn kindvriendelijkheid. Dat is niet altijd terecht en ook vooral
geen wetmatigheid. Er bestaat namelijk geen gen voor kindvriendelijkheid; het is een aangeleerde en niet een aangeboren eigenschap.

De Labrador is tolerant naar kinderen. Dat houdt in dat hij een hoge prikkeldrempel heeft (hij kan veel hebben) en daarom niet snel (met agressie) zal reageren. Maar dat betekent nog niet dat kinderen alles met hem kunnen doen. Een Labrador is een hond en geen speelgoed. Ook is voorzichtigheid geboden met hele jonge kinderen. De Labrador kan soms wat lomp zijn waardoor hij kinderen omver loopt. Vooral de leverkleurige exemplaren lijken hier last van te hebben.

Als pup moet hij natuurlijk wel gesocialiseerd worden met verschillende soorten mensen en kinderen maar overdrijf dit niet. Hij kan al snel opdringerig gedrag gaan vertonen. Socialiseren wil niet zeggen dat de pup een interactie met mensen of dieren aan moet gaan. Hij moet weten dat ze er zijn maar hoeft er niets mee.

Apporteren

Labrador retrieverHet kwam al even ter sprake bij de aanleg om voorwerpen op te halen en terug te brengen. De Labrador doet dit van nature; het is aangeboren. Welk voorwerp je laat apporteren is aangeleerd. Zo
kun je hem het speelgoed van je kinderen laten opruimen en het in een kist laten gooien of wild laten
apporteren.

Hij kan jouw sloffen voor je halen en de krant. Reuze handig zo’n apporterende hond! Er zit natuurlijk ook een keerzijde aan; hij brengt je dode muizen en neemt hele stokken mee naar binnen als je daar geen paal en perk aan stelt.

In de opvoeding van de Labradorpup is de apporterende aanleg heel goed te gebruiken. Hij pakt de
afstandsbediening en je roept hem bij je. Hij komt graag naar je toe en wil ook het voorwerp afgeven
waarna hij iets lekkers krijgt. Zo kun je het apporteren al vroeg inzetten om ongewenst gedrag (in dit voorbeeld het slopen van de afstandsbediening) te voorkomen.

Meer weten over de Labrador retriever? Download hier het boek geschreven door Monique Appels waarin ook aandacht voor: uiterlijke en verzorging, gedrag, opvoeding en training, gezondheid en onderzoek en nog veel meer.

Ga naar Facebook

Ga naar Facebook

Ga naar Twitter

Ga naar Twitter

Ga naar Instagram

Ga naar Instagram

Ga naar YouTube

Ga naar YouTube

Menu